In de vergadering van Provinciale Staten Drenthe die woensdag 30 september werd gehouden, is een motie betreffende de Nedersaksenlijn en treinknooppunt Meppel unaniem aangenomen. Alle partijen steunden de motie van Sterk Lokaal Drenthe, JA21, BBB, FvD en Volt.

“De eerder gemaakte afspraken over de Nedersaksenlijn en treinknooppunt Meppel mogen niet eenzijdig ter discussie worden gesteld zonder eerst bestuurlijk overleg met de betrokken regio’s”, zo staat in de motie. “De Nedersaksenlijn is van groot belang is voor de bereikbaarheid, leefbaarheid en economische ontwikkeling van Drenthe en Noord-Nederland.”

De Nedersaksenlijn gaat Noord- en Oost-Nederland beter verbinden met de rest van het land en Duitsland. De spoorlijn verbetert de bereikbaarheid van steden en dorpen in Groningen, Drenthe en Overijssel en biedt kansen voor werk, onderwijs, wonen en economie.

Eerder zijn bestuurlijke en financiële afspraken en toezeggingen gedaan door het Rijk en de betreffende regio’s over de verdere ontwikkeling en realisatie van de Nedersaksenlijn. Daarvoor heeft de provincie Drenthe 50 miljoen euro gereserveerd. Ook voor het treinknooppunt Meppel zijn afspraken gemaakt. Het is nu gebleken dat het kabinet infrastructuurprojecten opnieuw wil bekijken. Eerdere afspraken en toezeggingen zouden niet zonder meer bepalend zijn.

“Afspraak is afspraak, wij verwachten daarom dat het Rijk zijn verantwoordelijkheid neemt en de eerder gemaakte financiële afspraken voor de Nedersaksenlijn in stand blijven. Het kan niet zo zijn dat eerder gemaakte afspraken met de regio zonder duidelijke bestuurlijke en financiële onderbouwing opnieuw ter discussie worden gesteld”, staat in de motie.

Met de motie verzoekt Provinciale Staten het college van Gedeputeerde Staten zich richting het kabinet en de Tweede Kamer nadrukkelijk in te zetten voor het nakomen van de eerder gemaakte afspraken over de Nedersaksenlijn en het treinknooppunt Meppel. Ook moet het Rijk om concrete duidelijkheid worden gevraagd over de juridische, bestuurlijke en financiële status van de eerder toegezegde Rijksmiddelen en de planning en voortgang van beide projecten.