Coevorden – Raptim speelde zondagmiddag thuis een competitieduel tegen EHS ‘85 uit Emmen. Vooraf was al duidelijk dat de wedstrijd nergens meer om ging, Raptim speelde zich vorig weekend al veilig en EHS ‘85 degradeert door een verliespartij tegen Dalen.
Raptim begon met Kian Bosman in de laatste linie en Dennis Fecken in de spits. Het gebrek aan belang liet zich zien op het veld. EHS ‘85 gokte op een ingeving van Andrej Alilovic en Raptim had veel de bal zonder daar veel kansen uit te halen. Het eerste gevaar van de wedstrijd kwam van eerdergenoemde Alilovic. Hij ging in de 8e minuut alleen op Raptim-keeper Marc Koert af, maar Koert bleef kalm en pareerde de inzet van de EHS-spits.
Nadat Julian Ekkelenkamp in de 10e minuut op de paal had geschoten, was het EHS ’85 dat op voorsprong kwam. Een onachtzaamheid in de verdediging van Raptim stelde Alilovic in staat om in de 17e minuut de bal over Marc Koert te lobben, 0-1 voor EHS ’85 en dat was gezien het spelbeeld tegen de verhoudingen in.
Raptim stelde voor rust nog orde op zaken. Eerst was het Sem Schlepers die in de 25e minuut een afgevallen bal uit een corner met een onvervalste omhaal tot doelpunt promoveerde en even voor rust mikte Kelvin Jager het leer vanaf een meter of 10 in de benedenhoek. 2-1 was dan ook de ruststand.
Na rust kreeg Raptim een aantal schietkansen via Kelvin Jager en Senna Kootstra, maar een doelpunt viel nog niet. In de 66e minuut viel de goal dan toch, want met zijn eerste balcontact knikte de net ingevallen Bram Maes de 3-1 in het doel en gooide daarmee het duel op slot. Even later volgde de 4-1, toen een mooie actie van Stijn van de Griend goed werd afgerond door Frank Ambergen.
De 4-2 van Andrej Alilovic via een penalty in de 78e minuut was voor de statistieken. Scheidsrechter Reints liet geen ruimte over voor blessuretijd en hij floot na precies 90 minuten af. Raptim speelde met weinig inspiratie en precisie, maar schreef wel 3 verdiende punten bij.
Volgend weekend speelt Raptim opnieuw thuis, dan is Markelo de tegenstander.
Verslag: Jeroen Ramaker. Foto’s: Patrick de Groot.






