Zomervakantie betekent koffers inpakken, files trotseren en met z’n allen de weg op richting zon, bergen of een fijn bosgebied. Voor veel mensen hoort de hond er gewoon bij. Gezellig samen op pad dus. Alleen, zo’n lange rit is voor een hond toch even wat anders dan een blokje om in de buurt. Een beetje voorbereiding scheelt echt een hoop gedoe. Geen gestreste hond, geen misselijkheid en ook geen chaos op de achterbank. Met deze tips wordt de reis een stuk relaxter, voor iedereen.
Geef op tijd het laatste hapje
Een hond met een volle maag in een schommelende auto, dat is meestal geen goed idee. Geef hem of haar uiterlijk drie uur voor vertrek eten. Zo heeft de hond genoeg energie zonder misselijk te worden. Voeren vlak voor vertrek? Niet doen. Dat eindigt vaker in een vieze deken dan in een rustige reis. Belangrijk is wel dat iedere hond anders reageert op een autorit. Zo zijn er verschillende hondenrassen, dus is het wel even goed je hier in te verdiepen.
Hond pas instappen als iedereen er klaar voor is
Laat je hond pas in de auto als je echt gaat rijden. Eerst nog even een plasje, wat snuffelen en dan hup, naar binnen. Dat is beter dan het dier te laten wachten in een warme auto terwijl jij nog van alles aan het inpakken bent.
Pauzes
Een hond zit liever niet urenlang stil, vooral grote honden zoals een Australische herder. Om de twee uur even stoppen is geen gek idee. Dan kan de hond de poten strekken, even snuffelen en zijn/haar behoefte doen. Jij kunt ondertussen een koffie halen. In Frankrijk heb je trouwens handige rustplekken, de zogenoemde Aires. Sommige zijn simpel met wat picknicktafels, andere hebben winkels en tankstations. Even van tevoren checken kan handig zijn.
Vermijd de middag als het warm is
Reizen tijdens het heetste moment van de dag is geen goed plan, zeker niet voor een hond. Kies liever voor de ochtend, avond of zelfs een nachtelijke rit. Zo blijft iedereen een beetje koel en wordt het een stuk comfortabeler onderweg.
Zet de airco niet te koud
Een frisse auto is lekker, maar zet de airco niet te koud. Rond de 18 graden is prima. Let ook op dat je hond niet in de directe luchtstroom ligt. Tocht in het gezicht zorgt niet voor een blije passagier en kan zelfs wagenziekte veroorzaken.
Laat je hond nooit alleen in de auto
Ook als je ‘maar heel even’ iets gaat halen, neem je hond gewoon mee. In een stilstaande auto loopt de temperatuur razendsnel op. Zelfs met een raampje open is het geen veilige plek. Gewoon samen eruit, even een frisse neus halen en klaar.
Zorg voor frisse lucht in de auto
Goede ventilatie maakt het verschil. Zet af en toe een raampje open of gebruik de airco op een normale stand. Een ventilatierooster voor het raam is handig als je de hond niet in een bench hebt. Zo blijft het veilig en krijgt hij toch genoeg lucht.
Voldoende drinken is belangrijk
Door de airco en het warme weer droogt je hond sneller uit. Zorg dus dat hij altijd water bij zich heeft. Een anti-morsbak is echt handig, zo blijft je auto tenminste droog. Vergeet ook niet het water af en toe te verversen, want lauw slootwater wil niemand.



