Sleen/Coevorden – De raadsleden hebben van het college nadere informatie gekregen over de gedragingen van voormalig wethouder Erik Holties (BBC2014) in het dossier Brink 9 in Sleen. In april 2025 vonden gesprekken plaats tussen de buren en onder meer Holties en fractievoorzitter Henk Mulder van BBC 2014. Dat was naar aanleiding van klachten van omwonenden over de groepsaccommodatie, dus nog voor de brand die de accommodatie in mei 2025 in de as legde. Er zouden daarin uitspraken zijn gedaan, die -zo liet het college weten in de brief aan de raad- “die niet passen in een respectvolle bejegening van een burger voor een neutraal en professioneel handelend wethouder. De behoorlijkheidsnorm is geschaad.”
De kwestie werd aanhangig gemaakt door de eigenaren van de groepsaccommodatie. De voormalig wethouder heeft excuses aangeboden aan de klagers. Die vindt het college passend. In deze excuusmail zegt Holties dat hij zich zeker niet onbehoorlijk heeft willen uitlaten en vindt het vervelend dat het paar dit achteraf zo heeft ervaren.
Er zijn geluidsopnamen gemaakt van de uitspraken; de buren wilden die niet beschikbaar stellen aan het onderzoeksbureau dat de zaak onderzocht. Wel is aangeboden de opname gezamenlijk te beluisteren, maar dat weigerde Holties.
Een advocatenkantoor had de opdracht onderzoek te verrichten. Er zijn het afgelopen jaar heel wat gesprekken gevoerd. Daaraan verleenden Holties en fractievoorzitter Henk Mulder van BBC2014 op basis van vrijwilligheid hun medewerking. Zij waren aanwezig tijdens een gesprek in april 2025 over de kwestie. Holties betwist citaten als ‘Hij is het helemaal kwijt’ en ‘er is een onbalans’. “Het kan zijn dat ik iets gezegd heb, maar ik kan mij niet voorstellen dat ik ze letterlijk gezegd heb.” Mulder weet niet of dat de letterlijke woorden van Holties waren. Hij kan zich dat maanden na dato niet herinneren.
De onderzoeker heeft aan de hand van de gevoerde gesprekken wel de overtuiging verkregen dat de heer Holties zich over de mensen op zodanige wijze heeft uitgelaten, dat dit aanleiding is geweest deze met de recherche te bespreken in het kader van het onderzoek naar het ontstaan van de brand in de groepsaccommodatie.
De onderzoeker merkt op dat het feit dat de heer Holties met de intentie van toehoorder en niet met de intentie van wethouder bij een gesprek tussen burgers en zijn partij aanwezig is geweest. Daarbij is wel komen vast te staan dat hij niet slechts als toehoorder, maar ook als deelnemer aan het gesprek aanwezig was.
Toehoorder of wethouder
“Als wethouder dient de heer Holties zich bewust te zijn van het feit dat hij, ongeacht zijn eigen intenties, door burgers primair als wethouder wordt gezien”, aldus het onderzoeksbureau. “Anders gezegd, de pet van wethouder kan niet naar believen worden afgezet. Het is aan de wethouder om rolonduidelijkheid te allen tijde te vermijden. De overheid dient zich te onthouden van het maken van voor de burger kwetsende opmerkingen en dat mogelijke (voor)oordelen geen rol behoren te spelen in het contact met de burger.” De omwonenden geven aan dat het gesprek voornamelijk door Holties werd gevoerd. Holties daarentegen geeft aan dat hij bijna niet aan het woord is geweest.



Het oeuvre van de heer Holties blijft groeien, zelfs nu hij het pluche reeds heeft verlaten. Wij vernemen heden dat een onderzoeksbureau, een advocatenkantoor nog wel, dus geen amateurs, tot de slotsom is gekomen dat de voormalig wethouder de “behoorlijkheidsnorm heeft geschaad” jegens een burger (kan men overigens een norm schaden? Of schenden?). In vertaling uit het bestuursrechtelijk eufemisme: hij heeft zich misdragen. Maar gelukkig biedt de heer Holties zijn excuses aan. Hij kan zich weliswaar niet voorstellen dat hij de gewraakte uitspraken letterlijk zo heeft gedaan, maar vindt het vervelend dat het echtpaar het “achteraf zo heeft ervaren.” Men herkent hier de klassieke non-excuus: niet ik was fout, uw beleving was ongelukkig.
Bijzonder vermakelijk is de kwestie der geluidsopnamen. Die bestaan. De buren bieden aan ze gezamenlijk te beluisteren. De heer Holties, die zich immers niets kan herinneren, weigert. Men zou denken dat een man die zeker weet dat hij niets onbehoorlijks heeft gezegd, zo’n opname met gerust hart zou afspelen. Kennelijk geldt ook hier het oude adagium: wat niet gehoord wordt, is niet gezegd. Althans, dat hoopt men dan maar.
Dan de pet. De heer Holties was, naar eigen zeggen, slechts als “toehoorder” aanwezig bij het gesprek met de omwonenden, en niet als wethouder. Het onderzoeksbureau maakt hier korte metten mee: de wethouderspet kan niet naar believen worden afgezet. Men is wethouder, of men is het niet. Het is als een rechter die na sluitingstijd in de kroeg iemand veroordeelt en vervolgens beweert dat hij op dat moment toevallig geen toga droeg. De omwonenden, die het gesprek met eigen ogen en oren meemaakten, verklaren overigens dat Holties het woord voerde. Holties zelf beweert nauwelijks te hebben gesproken. Men moet kiezen wie men gelooft: de mensen die een opname aanboden, of de man die weigerde ernaar te luisteren.
En dan was daar nog de fractievoorzitter, de heer Mulder. Dezelfde Mulder die in de raadsvergadering verklaarde dat zijn wethouders immers niemand hadden vermoord. Of de gewraakte uitspraken letterlijk zo zijn gevallen? Mulder kan het zich maanden later niet herinneren. Welk een selectief geheugen wordt de BBC-politicus geschonken. Men herinnert zich genoeg om te ontkennen, doch niet genoeg om te bevestigen. Het is een cognitieve toestand die de medische wetenschap nog moet classificeren, ik stel voor: amnesia selectiva politica.
Wat rest is het beeld van een partij die na twaalf jaar besturen het verschil niet meer ziet tussen dienen en heersen, tussen luisteren en dicteren, tussen een wethouder en een dorpskoning. De heer Holties is vertrokken, maar de mentaliteit die hem voortbracht zit nog stevig in het BBC-DNA. En met die partij moet nu geformeerd worden. De informateur wenst de onderhandelaars veel wijsheid. Zij zullen het nodig hebben.